rsz schuldHoe kwamen we van duizenden jaren van ruilhandel uit bij een financieel-economisch systeem dat zo ingewikkeld is dat de meeste economen het zelf niet snappen?  

Ik zag eens een voorbeeld dat iedereen kan begrijpen, zo simpel is het.

Het volgende artikel is een bijdrage van Erick van Dijk.

Economie was een vak waar velen een hekel aan hadden, maar het zat in het zogenaamde ‘pretpakket,’ waar je koos voor talen en niet-exacte vakken. Ik omzeilde het door de andere kant op te gaan, wis-, schei- en natuurkunde, biologie, Nederlands en Engels. Tja, je moest iets kiezen. Maar interesseren deed het me allemaal niet. 

Toen de dwang van school eraf was en naarmate ik wat ouder werd kwam die interesse voor de wereld om me heen en hoe het allemaal werkte wel. Ik hoorde wel eens wat over een oplopende staatsschuld. Kreeg te maken met grote werkeloosheid in de tijd dat ik in hoorde te stromen op de arbeidsmarkt. Er moest enorm bezuinigd worden. Maar waarom was me een raadsel. Ik had immers geen economie gehad. 

Is het niet logisch om de weg door de geschiedenis terug te volgen om te ontdekken hoe we ergens in terecht gekomen zijn? Hoe kwamen we van duizenden jaren van ruilhandel uit bij een financieel-economisch systeem dat zo ingewikkeld is dat de meeste economen het zelf niet snappen? 

Ik zag eens een voorbeeld dat iedereen kan begrijpen, zo simpel is het. 

Stel je voor dat de eerste dollar wordt uitgeleend. Die moet worden terugbetaald met rente. Maar je had maar één dollar. Waar moet dan de rente op die lening vandaan komen? Ehm … Meer lenen, dus. De cyclus is begonnen en stopt niet meer. 

Zo werkt het nog steeds. Om één of andere, mij onbekende reden moet alles maar blijven groeien. Meer lenen is meer rente is meer belasting is hogere prijzen is hogere lonen is hogere loonkosten voor bedrijven is hogere prijzen voor hun producten is een hogere prijs voor de consument, die dan weer meer loon eist. Enzovoort. Waar moet dat eindigen? 

Ik ging in de jaren 1990’ regelmatig naar de bioscoop. Ik was beroepsmuzikant, speelde op avonden in het weekend, een werkweek van twee dagen en een weekend van vijf. Dus kon ik naar een voorstelling die voor 12 uur begon. Dan kostte een kaartje 6 gulden. Gulden, niet euro. 

De wisselkoers toen de euro in januari 2002 werd ingevoerd was 2,2 dus die 6 gulden is 6:2,2 = 2,72 euro. Nu kost een gemiddeld bioscoopkaartje zo’n 15 euro. 15:2,72 = 5,5. Een kaartje is in 30 jaar 5 ½ keer duurder geworden. Maar wacht, dat is zonder de inflatie mee te rekenen. Dan valt het mee. Dan is het maar 60% duurder. 

Wie beter geïnformeerd is weet dat er natuurlijk veel meer schuilt achter het systeem dat in deze video wordt besproken. Uiteindelijk is de aanjager van dit systeem de menselijke aard in de vorm van verlangens, begeerte, hebzucht. Waarachter het diepere verlangen schuilt om meer te zijn dan alle anderen, of dit nu is op individueel niveau of dat van landen. 

Een cyclus die ooit een begin kende maar waar geen eind aan komt. Tot er een eind aan komt. Meer groei betekent meer grondstoffen, en die zijn wel eindig. Wie dan leeft, die dan zorgt?