Actuele temperatuurmetingen laten zien dat de wereld zich sinds 2024 in een duidelijke afkoelingsfase bevindt, schrijft Chris Morrison voor The Daily Sceptic. Die ontwikkeling wordt echter grotendeels genegeerd door reguliere media, overheden en klimaatinstellingen, omdat zij niet past binnen het dominante narratief van voortdurende, door de mens veroorzaakte opwarming.
Morrison stelt dat met name satellietmetingen van de atmosfeer, zoals die van de University of Alabama in Huntsville (UAH), een scherp dalende trend laten zien. De temperatuurafwijking ten opzichte van het gemiddelde over de periode 1991–2020 is in de loop van 2025 teruggevallen tot ongeveer +0,3 °C. Dit is een substantiële daling die haaks staat op het beeld van versnelde opwarming.
Satellietdata versus landmetingen
Een belangrijk punt in het artikel is de voorkeur voor satellietdata boven traditionele landmetingen. Morrison betoogt dat weerstations op land steeds sterker worden beïnvloed door verstedelijking, infrastructuur en lokale warmtebronnen, wat leidt tot systematische overschatting van de opwarming. Satellietmetingen geven daarentegen een consistenter en globaler beeld van de temperatuur in de lagere atmosfeer.
De auteur uit scherpe kritiek op nationale instituten zoals het Britse Met Office, dat minuscule temperatuurverschillen presenteert als nieuwe records en deze met grote zekerheid toeschrijft aan menselijke invloed. Dergelijke claims, soms tot op honderdsten van graden nauwkeurig, worden door Morrison weggezet als wetenschappelijk dubieus en sterk modelgedreven.
Afkoeling in meerdere regio’s
Naast de wereldwijde gemiddelde cijfers bespreekt hij regionale UAH-data. In vrijwel alle onderzochte gebieden – waaronder het noordelijk en zuidelijk halfrond, de tropen, de Verenigde Staten, het Arctisch gebied en Australië – is sinds 2024 een dalende temperatuurtrend zichtbaar. April 2024 wordt genoemd als een tijdelijke piek, waarna in alle regio’s afkoeling optrad.
Deze brede geografische samenhang wordt door Morrison aangevoerd als aanwijzing dat het niet om lokale of toevallige fluctuaties gaat, maar om een meer fundamenteel klimaatverschijnsel.
Oceaantemperaturen
Ook de oceaantemperaturen ondersteunen dit beeld. Gegevens van NOAA laten zien dat de zeewatertemperaturen in de equatoriale Stille Oceaan sinds eind 2024 onder het langjarig gemiddelde liggen. De recente El Niño zorgde weliswaar voor tijdelijke opwarming, maar die lijkt inmiddels uitgewerkt.
Morrison stelt dat 2026 koeler is begonnen dan 2025, en dat 2025 op zijn beurt koeler was dan 2024. Dit wijst op een afnemende invloed van natuurlijke opwarmingsmechanismen zoals El Niño en een terugkeer naar meer gematigde omstandigheden.
De rol van de Hunga Tonga-uitbarsting
Een centrale verklaring in het artikel is de uitzonderlijke Hunga Tonga-vulkaanuitbarsting van 2022. Deze onderzeese eruptie bracht ongekend veel waterdamp in de stratosfeer – naar schatting tot 13% meer dan normaal. Waterdamp is een krachtig broeikasgas, maar heeft een relatief korte verblijftijd in de atmosfeer.
Volgens onderzoekers zoals Javier Vinós kan deze gebeurtenis een groot deel van de temperatuur- en weerafwijkingen in 2023 en 2024 verklaren. NASA-metingen tonen aan dat de extra waterdamp inmiddels geleidelijk afneemt, wat samenvalt met de waargenomen temperatuurdaling.
Kritiek op klimaatwetenschap en modellen
Morrison en Vinós stellen dat de klimaatwetenschap onvoldoende open heeft gereageerd op deze uitzonderlijke natuurlijke gebeurtenis. In plaats van onbevooroordeeld te onderzoeken wat er gebeurde, hebben veel wetenschappers geprobeerd de waarnemingen in bestaande klimaatmodellen en het heersende narratief te passen.
Snelle en grote temperatuurveranderingen zijn moeilijk te rijmen met antropogene klimaatverandering, die zich normaliter langzaam en geleidelijk manifesteert. Het niet erkennen van de uitzonderlijke aard van recente gebeurtenissen wijst op sterke confirmation bias binnen het vakgebied.
Vertrouwen en geloofwaardigheid
Het artikel sluit af met een bredere maatschappelijke zorg. Door herhaalde alarmistische boodschappen en steeds nieuwe warmterecords is het publieke vertrouwen in wetenschappelijke instellingen aangetast. Begrippen als “kokende oceanen” en extreem precieze schuldtoewijzingen aan menselijke activiteit worden door Morrison gepresenteerd als voorbeelden van overdrijving die de geloofwaardigheid ondermijnen.
De Hunga Tonga-uitbarsting kan uiteindelijk een kantelpunt blijken: een natuurlijke gebeurtenis die laat zien hoe beperkt de verklaringskracht van dominante modellen is, en die mogelijk ruimte schept voor een bredere, minder gepolitiseerde benadering van klimaatwetenschap.
Over de auteur: Robin de Boer is economisch geograaf. Volg hem hier op Substack voor exclusieve content.
Bron: https://www.ninefornews.nl/snelle-wereldwijde-afkoeling-buiten-beeld/








