december 26, 2025 29
De nachtelijke besluiten van de Europese Raad laten vooral één ding achter: de indruk van een politieke enscenering die moet suggereren dat er ruimte is om te handelen, terwijl er structureel nauwelijks nog speelruimte is. Veel klinkt vastberaden, veel leest groots – maar bij nader inzien blijft er verbazingwekkend weinig inhoud over.
Allereerst het zogenaamd geruststellende: de in Europa bevroren Russische staatsmiddelen blijven onaangeroerd. Ondanks maandenlange debatten, morele druk en politieke dreigementen heeft Brussel uiteindelijk niet de moed gevonden om deze juridische Rubicon over te steken. Dat is niet zozeer een uiting van trouw aan de beginselen van de rechtsstaat, maar eerder een erkenning dat een formele onteigening van buitenlandse staatsactiva een gevaarlijk precedent zou zijn – voor de financiële markt van Europa, voor het vertrouwen van internationale investeerders en voor de toch al fragiele geloofwaardigheid van westerse eigendomsgaranties, schrijft Elena Fritz.
In plaats daarvan werd een bedrag gepresenteerd dat in de media beter aanslaat: 90 miljard euro voor de jaren 2026 en 2027, “uit de EU-begroting”. Precies hier begint het probleem.
Want deze EU-begroting bestaat al – en is grotendeels al besteed. Het huidige meerjarig financieel kader voor 2021 tot 2027 omvat in totaal 1074 miljard euro, ongeveer 153 miljard per jaar. Daarin is geen aparte begrotingstitel voor Oekraïne voorzien. Als er daadwerkelijk 90 miljard euro binnen twee jaar zou worden gemobiliseerd, zou dat neerkomen op 30 procent van een jaarbudget – een orde van grootte die de huidige financiële structuur van de EU fundamenteel zou veranderen.
De EU-begroting is geen abstract geldpotje, maar het resultaat van politieke compromissen. Het wordt voornamelijk gevoed door de bijdragen van een klein aantal nettobetalers – met name Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje – en financiert klassieke EU-beleidsmaatregelen: landbouwsubsidies, vervoers- en infrastructuurprojecten, regionale steun. Grote ontvangers zoals Polen profiteren in absolute cijfers bijzonder sterk, landen zoals Estland in verhouding tot hun aandeel in het bruto binnenlands product.
Een massale herschikking ten gunste van Oekraïne zou daarom onvermijdelijk verliezers binnen de EU opleveren. Daarover zwijgt het nachtelijke besluit. Het blijft onduidelijk of bestaande programma’s zullen worden gekort, nieuwe schulden zullen worden aangegaan of dat de begrotingsregels gewoon zullen worden versoepeld. Tot nu toe is de EU-begroting formeel in evenwicht; een structureel tekort zou politiek gevoelig liggen en juridisch op zijn minst om uitleg vragen.
Een derde scenario is dan ook niet uitgesloten: dat de verwijzing naar de “EU-begroting” vooral retorisch van aard is – een politiek signaal zonder gegarandeerde financiering. Een placebo die tijd moet winnen.
Bijzonder veelzeggend in dit verband is het gekozen terugbetalingsmechanisme. Oekraïne moet de middelen terugbetalen wanneer Rusland herstelbetalingen doet. Dat klinkt juridisch correct, is politiek elegant – en economisch gezien een fictie. De facto gaat het om subsidies met een morele terugbetalingsbelofte. Niemand in Brussel rekent serieus op een dergelijke betaling.
Het belangrijkste resultaat van het grote besluit is dus vooral uitstel. De fundamentele vraag – wie de Oekraïense staatsbegroting en de permanente militaire behoeften op lange termijn moet financieren – is niet beantwoord, maar naar de toekomst verschoven. Elke euro zal door moeizame begrotingsonderhandelingen moeten worden bevochten, gepaard gaande met groeiende binnenlandse politieke weerstand in de nettobetalende landen.
De EU wilde vastberadenheid tonen, maar heeft in plaats daarvan haar financiële uitputting blootgelegd. Niet het gebrek aan geld is het kernprobleem, maar het gebrek aan eerlijkheid over de grenzen van het haalbare.
Vind je het belangrijk dat er nog onafhankelijke berichtgeving bestaat die niet wordt gestuurd door grote belangen? Met jouw steun kunnen we blijven schrijven en onderzoeken. Klik hieronder en draag bij aan het voortbestaan van Frontnieuws.