Op 15 januari 1983 maakte de CIA een document openbaar dat dateert van 24 april 1952 en betrekking heeft op het geheime Project Artichoke. Het document biedt een zeldzaam inkijkje in de vroege Koude Oorlog-denkwijze binnen de Amerikaanse inlichtingendiensten over ondervraging, gedragsbeïnvloeding en mentale controle. Het betreft een intern memorandum waarin een CIA-medewerker verslag doet van gesprekken met een externe consultant en een hooggeplaatste functionaris van de Technical Services Staff (TSS).
Uit het document blijkt dat Project Artichoke werd gezien als een urgent en strategisch belangrijk programma. De externe consultant, die nauwe banden had met de CIA, toonde grote belangstelling voor het project en bood aan om zowel financieel als inhoudelijk bij te dragen aan verder onderzoek.
Centraal in Project Artichoke stond de vraag hoe de menselijke geest beïnvloed, ontregeld of gecontroleerd kan worden. Het document laat zien dat de CIA daarbij bereid was om een zeer breed spectrum aan middelen te verkennen: chemisch, biologisch, fysiek, psychologisch en technologisch.
Een belangrijk onderzoeksgebied betrof chemische stoffen en drugs. Het document stelt dat er gericht onderzoek moet worden gedaan naar het ontwikkelen van nieuwe chemische stoffen en het verbeteren of hergebruiken van bestaande middelen. Deze stoffen moesten specifiek geschikt zijn voor gebruik binnen Artichoke.
Een belangrijk uitgangspunt in de tekst is het onderscheid tussen twee fundamenteel verschillende categorieën middelen. De eerste categorie bestaat uit direct werkende drugs, die onmiddellijk op een persoon kunnen worden toegepast. Als referentie worden amytal en pentothal genoemd, middelen die destijds bekendstonden om hun invloed op bewustzijn, remmingen en spraak. Deze stoffen worden niet gepresenteerd als eindpunt, maar als voorbeelden van het type werking dat men voor ogen had: snelle, directe beïnvloeding.

Minstens zo belangrijk, en in de tekst zelfs uitgebreider besproken, is een tweede categorie: indirecte of langdurig werkende middelen. Het gaat hier om stoffen die over een langere periode toegediend kunnen worden en geen onmiddellijke, dramatische effecten hoeven te hebben. Deze middelen zouden subtiele maar aanhoudende veranderingen in de mentale toestand van een individu moeten veroorzaken. De gewenste effecten worden concreet omschreven als enerzijds agiterend – het oproepen van angst, nervositeit en spanning – en anderzijds depressief, met gevoelens van hopeloosheid, moedeloosheid en lethargie. Het doel van deze middelen is geleidelijke conditionering.
Cruciaal in deze benadering is de manier van toediening. Het document benadrukt dat dergelijke stoffen onopvallend moeten kunnen worden toegediend. Ze zouden verwerkt moeten kunnen worden in alledaagse consumptiemiddelen zoals voedsel, water, frisdrank (Coca-Cola), bier, sterke drank en zelfs sigaretten. Daarnaast wordt expliciet genoemd dat deze middelen ook bruikbaar zouden moeten zijn binnen standaard medische handelingen, zoals injecties of vaccinaties. Dit wijst op een duidelijke voorkeur voor methoden die geen argwaan wekken en die niet direct als manipulatie herkenbaar zijn voor de betrokkene.
De auteur erkent dat er letterlijk honderden chemische stoffen en drugs bestaan die mentale processen beïnvloeden. Tegelijkertijd stelt hij dat veel van deze middelen bij voorbaat kunnen worden uitgesloten. Die selectie zou moeten plaatsvinden door specialisten met diepgaande kennis van chemie en farmacologie. Project Artichoke moest volgens deze logica niet steunen op willekeurig experimenteren, maar op een doelgerichte keuze van stoffen met precies de gewenste eigenschappen.
In dit verband verwijst het document naar bestaande militaire expertise, met name bij de Army Chemical Warfare Service, die volgens de auteur reeds uitgebreid onderzoek had gedaan naar vergelijkbare stoffen. De suggestie is dat Artichoke zou kunnen voortbouwen op deze bestaande kennis en ervaring, in plaats van volledig vanaf nul te beginnen. Daarnaast wordt verwezen naar individuele experts die mogelijk relevante informatie zouden kunnen leveren, mits zij op de juiste manier benaderd werden.
Binnen de bredere context van Project Artichoke laat deze sectie zien hoe chemische beïnvloeding werd opgevat als een veelzijdig en potentieel krachtig middel. De nadruk ligt niet alleen op het verkrijgen van informatie, maar op het manipuleren van mentale toestanden over langere tijd. Het document weerspiegelt een fase waarin de CIA systematisch verkende hoe chemie ingezet kon worden als instrument voor controle, desoriëntatie en conditionering, en waarin de grenzen tussen militaire, medische en civiele toepassingen bewust werden vervaagd.
Hoewel de tekst duidelijk maakt dat veel ideeën zich nog in een onderzoeks- en verkenningsfase bevonden, is de toon doelgericht en urgent. Chemische stoffen en drugs worden gepresenteerd als een essentieel onderdeel van een breder programma dat tot doel had de menselijke geest voorspelbaar en manipuleerbaar te maken.
In de jaren vijftig werd dus al gesproken over het verwerken van drugs in water, Coca-Cola, bier, sigaretten en zelfs vaccinaties om mensen zich angstig, gespannen, nerveus, depressief, moedeloos en hopeloos te laten voelen. Laat dat even op je inwerken.
Over de auteur: Robin de Boer is economisch geograaf. Volg hem hier op Substack voor exclusieve content.