rsz kinderen mobiel 1Het begint met een beetje, uit nieuwsgierigheid. Het besluipt je, ongemerkt, als een roofdier zijn prooi. 

Dan grijpt het je en laat niet meer los. Je bent gevangen.


Het volgende artikel is een bijdrage van Erick van Dijk.

Met wat ik door de jaren heb geleerd maakt weinig me triester dan de aanblik van een kind, ergens alleen zittend, met de blik gefixeerd op het scherm in zijn hand, een tablet of telefoon. 

De sauna waar ik regelmatig kom maakt deel uit van een hotel. Vroeger had het een eigen ingang maar sinds een verbouwing een aantal jaar geleden moet je door de lobby van het hotel. Door de week, buiten vakanties, is het er rustig, leeg zelfs. Vanaf vrijdagmiddag begint de aanloop. 

Het beeld is altijd hetzelfde. Goed, er is een glijbaan midden in de lobby en de onvermoeibare kleinsten krijgen er gelukkig maar geen genoeg van, vaak gepaard met een gegil, voornamelijk van de meisjes, die kunnen heel hoog, dat pijn doet aan mijn oren als ik met mijn zoon een potje poolbiljart speel. 

(Aantekening voor mezelf: neem volgende keer oordopjes mee …) 

Overal zijn zitjes en altijd zijn er kinderen die, ondanks alle actie om hen heen, volledig afgesloten lijken te zijn van die werkelijkheid. Ze bevinden zich in een andere wereld waar bewegingen, flitsen, glinsteringen en geluidjes hen voorzien van kleine stootjes dopamine, een chemisch stofje dat je even een prettig gevoel geeft. 

Het probleem is dat het gebruik van een mobiele telefoon voor de meeste mensen een aaneengesloten keten is van zulke prikkels. Stimulans, geluksgevoel, stimulans, geluksgevoel, steeds maar weer. Meldingen van berichten, “sociale” media, eindeloos scrollen door niets betekende korte video’s. 

Heel vroeger, ruim veertig jaar geleden, in een ander leven, raakte ik verslaafd aan heroïne. Gelukkig niet erg lang, ik kickte op eigen kracht af, was gewaarschuwd en keek nooit meer om. Maar ik had wel de ervaring van het hele proces ondergaan. 

Het begint met een beetje, uit nieuwsgierigheid. Het besluipt je, ongemerkt, als een roofdier zijn prooi. Dan grijpt het je en laat niet meer los. Je bent gevangen. Wat eerder nog genot gaf wordt al snel iets dat je nodig hebt om je normaal te voelen, laat staan prettig. Je geest is zwak, je kunt niet anders dan toegeven. Alles beter dan de leegte. 

Dopamine is veel subtieler dan heroïne, maar beide verslavingen hebben veel van elkaar weg in hoe ze tot stand komen en hoe ze worden onderhouden, onafgebroken worden gevoed. En voor dopamine hoef je niet naar een duistere dealer op een ongure plek. Tap tap, veeg veeg … 

En dat is wat me triest maakt. Ik heb die ervaring dus ik begrijp hoe het werkt, hoe het voelt. En ik weet hoe moeilijk het is om ervan los te komen als het eenmaal in je zit. De lichamelijke ontwenning, hoe vreselijk ook, was een kwestie van weken. Maar om het uit je hoofd te krijgen, het verlangen, de gevoelens die ermee samenhangen, dat kan jaren duren. En ouders, ongetwijfeld uit onwetendheid, laten toe dat hun vaak zeer jonge kinderen slachtoffer worden van deze val. 

De kinderen kun je het niet kwalijk nemen dat ze zich willen verliezen in een fantasie. De wereld is kut, dat zien ze bij het Jeugdjournaal. Vechten of vluchten …?