rsz eu censuurDe afgelopen maand verschenen er berichten over de blokkade van het videoplatform Odysee door Nederlandse internetproviders.

In die berichtgeving wordt vaak gesuggereerd dat het hier gaat om een onvermijdelijk gevolg van Europese sancties tegen Russische staatsmedia. Wie echter verder kijkt dan deze ene naam, ziet een veel groter en fundamenteler probleem.


Het volgende artikel is een lezersbijdrage.

Niet één platform, maar naar schatting 2.500 subdomeinen – van Amerikaanse videodiensten tot Indiase apps – zijn geblokkeerd.

De afgelopen maand verschenen er berichten over de blokkade van het videoplatform Odysee door Nederlandse internetproviders. In die berichtgeving wordt vaak gesuggereerd dat het hier gaat om een onvermijdelijk gevolg van Europese sancties tegen Russische staatsmedia. Wie echter verder kijkt dan deze ene naam, ziet een veel groter en fundamenteler probleem.

Het gaat niet om één platform. Het gaat om duizenden domeinen, grotendeels buiten beeld van het publiek, die via DNS-blokkades ontoegankelijk zijn gemaakt — zonder dat daar een expliciete wettelijke verplichting voor lijkt te bestaan.

Niet één platform, maar een infrastructuurprobleem

De blokkade van Odysee blijkt onderdeel te zijn van een bredere praktijk waarbij Nederlandse internetproviders een private “referentielijst” hanteren, opgesteld door brancheorganisatie NLconnect. Deze lijst is samengesteld door blokkadelijsten uit meerdere EU-lidstaten samen te voegen.

Het resultaat: circa 800 hoofddomeinen, met daaronder als voorzichtige schatting zo'n 2.500 subdomeinen, die in Nederland (deels of volledig) worden geblokkeerd. Het betreft niet alleen Russische staatsmedia, maar ook:

  • Amerikaanse platforms
  • Chinese sociale media
  • Indiase apps
  • Russische subdomeinen die uitsluitend gericht zijn op sport, architectuur of uitgaanstips
  • aggregatoren, mirrors en technische subdiensten

Veel van deze platforms zijn geen 'sanctie-entiteit', staan niet op EU-sanctielijsten en hosten grotendeels legale content. Dat maakt dit geen incident, maar een structurele vorm van overblocking.

Wat zeggen de internetproviders publiekelijk?

In publieke communicatie stellen grote providers dat zij “moeten blokkeren”. KPN spreekt zelfs over “een expliciete opdracht vanuit de overheid”. VodafoneZiggo verwijst naar “de wet” die DNS-blokkades zou vereisen. Maar in privécorrespondentie verwijst men steeds naar NLconnect. NLconnect schrijft zelf weer: “Of en hoe individuele aanbieders de lijst implementeren, is en blijft hun eigen verantwoordelijkheid.



Zodra klanten of journalisten doorvragen, verandert het verhaal.

  • Providers verwijzen naar NLconnect
  • NLconnect zegt slechts een doorgeefluik te zijn
  • NLconnect verwijst inhoudelijke vragen door naar buitenlandse toezichthouders
  • De overheid erkent dat de interpretatie van de sancties nog niet is uitgekristalliseerd
  • De ACM stelt dat zij niet actief toetst welke domeinen proportioneel zijn geblokkeerd

Het resultaat is een perfect cirkelredenering: iedereen handelt, maar niemand is verantwoordelijk. Bovendien blijkt uit correspondentie dat wanneer NLconnect wordt verzocht een domein te verwijderen, dit eerst met de ACM moet worden overlegd. Blijkbaar ligt de bevoegdheid over de 'branchelijst' niet bij de branche.

Als we alle communicatie van betrokkenen mogen geloven ontstaat de volgende paradox: indien de Litouwse toezichthouder morgen per abuis het domein acm.nl op haar lijst zou plaatsen — bijvoorbeeld vanwege een onjuiste interpretatie van een nieuwe sanctieregel — dan zou dit domein via de NLconnect-lijst zonder enige menselijke tussenkomst of juridische toets door Nederlandse ISP's worden geblokkeerd voor 10 miljoen huishoudens, een kleine 18 miljoen personen. De ACM zou zichzelf dan buitengesloten vinden van het Nederlandse internet, terwijl de Minister zou kunnen blijven beweren dat er slechts 'vrijwillige naleving van een industriestandaard' plaatsvindt. De toezichthouder ACM zou dan, volgens haar eigen communicatie, rustig gaan afwachten totdat er vanuit de markt een melding komt van een probleem.

Geen wet, geen bevel, geen lijst

Cruciaal is wat er ontbreekt.

Er is:

  • geen Nederlandse wet die deze specifieke domeinen aanwijst;
  • geen rechterlijk bevel;
  • geen officiële Nederlandse of Europese lijst met duizenden domeinen;
  • geen individuele proportionaliteitstoets per platform.

De EU-sancties waarnaar wordt verwezen, zijn entiteit-specifiek: ze noemen een beperkt aantal Russische mediaorganisaties expliciet. Die beperkte reikwijdte is juist wat deze sancties juridisch houdbaar maakt.

Toch worden in de praktijk hele platforms geblokkeerd die slechts indirect, incidenteel of historisch content hebben gehost van gesanctioneerde partijen — of zelfs helemaal niet.

Dat is een fundamenteel andere maatregel dan waar de sancties voor bedoeld zijn.

Bewijs dat het “moeten” niet klopt

Dat het volgen van de NLconnect-lijst geen wettelijke plicht is, blijkt ook uit de praktijk zelf.

Niet alle Nederlandse providers doen dit. Freedom Internet — eveneens lid van NLconnect — heeft expliciet besloten de lijst niet integraal te volgen en hanteert een veel beperktere aanpak.

Als de wet deze blokkades werkelijk zou verplichten, zou Freedom Internet die wet overtreden. Dat gebeurt niet. Er is geen handhaving, geen boete, geen strafrechtelijk traject.

De conclusie is onontkoombaar: het volgen van de NLconnect-lijst is een bedrijfskeuze, geen wettelijke noodzaak.

Dit gebrek aan wettelijke basis leidt niet alleen tot inconsistentie, maar ook tot selectieve toepassing.

Discriminatie en willekeur

Op grote platforms als YouTube, Facebook en X (voormalig Twitter) is nog steeds Russische staatscontent te vinden, soms onder andere namen, via heruploads, of embedded in andere content. Deze platforms blijven ongemoeid.

Kleinere platforms daarentegen worden domeinbreed geblokkeerd, zelfs wanneer zij zelf maatregelen nemen, zoals geoblocking voor Nederlandse IP-adressen.

Dat wijst niet op een zorgvuldig, juridisch getoetst systeem, maar op politiek en commercieel opportunisme: grote spelers zijn te groot om te blokkeren, kleine spelers zijn collateral damage. We kunnen zelfs spreken van geprivatiseerde censuur, waarop de ACM via de wet op netneutraliteit behoort toe te zien.

Wat betekent dit voor internetgebruikers?

De kernvraag is niet of men voor of tegen sancties is. De vraag is:

Willen we dat fundamentele beperkingen van internettoegang plaatsvinden op basis van private lijsten, zonder wettelijke toetsing, zonder transparantie en zonder effectief rechtsmiddel?

Op dit moment kunnen klanten nauwelijks achterhalen:

  • waarom een website is geblokkeerd;
  • wie die beslissing heeft genomen;
  • op welke juridische grondslag;
  • en waar bezwaar kan worden gemaakt.

Dat is problematisch in een rechtsstaat.

Zolang gebruikers zwijgen, blijft deze praktijk onzichtbaar. Zichtbaarheid is de eerste stap naar correctie.

De blokkade van Odysee is geen uitzondering. Het is een symptoom.

Wat hier op het spel staat, is niet één platform, maar de vraag of internettoegang in Nederland wordt beperkt door wet en rechter — of door spreadsheets van brancheorganisaties.