Uit vrijgegeven e-mailcorrespondentie uit 2014 ontstaat een gedetailleerd beeld van de manier waarop Jeffrey Epstein zich presenteerde als bemiddelaar binnen het netwerk van het World Economic Forum (WEF), en in het bijzonder het prestigieuze programma Young Global Leaders (YGL). De berichten laten zien hoe Epstein zijn relaties met invloedrijke figuren inzette om de nominatie van de Duitse zakenvrouw en investeerder Nicole Junkermann te bevorderen.
Het Young Global Leaders-programma van het WEF is bedoeld om jaarlijks een selecte groep jonge, invloedrijke professionals te erkennen en te verbinden. Kandidaten worden doorgaans via nominaties voorgedragen, waarna een selectieprocedure volgt. In de correspondentie wekt Epstein de indruk dat hij toegang had tot dit proces – en zelfs invloed kon uitoefenen op de uitkomst.
Een mislukte nominatie en een belofte
Op 9 januari 2014 stuurt Nicole Junkermann een bericht aan Epstein waarin zij aangeeft dat twee personen haar al hebben voorgedragen voor YGL. Ze vraagt hem expliciet of hij “een handje kan helpen” en de nominatie een extra duwtje kan geven.
Enkele weken later blijkt dat Junkermann dat jaar niet is geselecteerd. Wanneer zij dit op 21 februari 2014 meldt, reageert Epstein opmerkelijk stellig: “Ok, this year let me do it. I can guarantee it.” Met deze uitspraak suggereert hij dat hij in staat is haar deelname aan het programma het volgende jaar zeker te stellen.
Uitnodiging naar het privé-eiland
In dezelfde periode vraagt Epstein waar Junkermann zich bevindt en nodigt haar uit om eind maart naar zijn privé-eiland te komen. Kort daarna bevestigt Junkermann: “Island good.” De timing van deze uitnodiging valt samen met Epsteins toezegging haar YGL-nominatie te zullen “regelen”.
Larry Summers als sleutelpersoon
In juli 2014 zet Epstein een volgende stap. Hij benadert Larry Summers, voormalig Amerikaans minister van Financiën en oud-rector magnificus van Harvard, met het verzoek een gunst te verlenen. In een e-mail vraagt Epstein Summers om een tweede nominatie en een goed woord voor Junkermann, die hij omschrijft als een “zeer goede vriendin”.
Epstein benadrukt haar zakelijke succes: ze heeft een hedgefonds opgericht en daarmee honderden miljoenen verdiend. Summers reageert met vragen over het YGL-programma en de eerdere nominatie, en stelt daarnaast expliciet vragen over Junkermanns intelligentie en uiterlijk.
In de daaropvolgende e-mails bevestigt Epstein dat YGL een divisie van het World Economic Forum is en dat een eerdere nominatie afkomstig was van Boris Nikolic, een voormalig medewerker van Bill Gates die later met Vinod Khosla samenwerkte. Summers maakt in zijn antwoorden meerdere seksueel getinte opmerkingen over Junkermanns uiterlijk, waaronder de constatering dat zij “very hot” is.
Epstein reageert daarop door te suggereren dat dergelijke observaties beter niet in een formele aanbeveling kunnen worden opgenomen. Summers geeft vervolgens aan dat hij Junkermann meent te herinneren van een eerdere ontmoeting in Gabon.
De berichten werpen vragen op over de cultuur rond prestigieuze netwerken als YGL, waarin persoonlijke connecties, reputatie en zelfs uiterlijk een rol lijken te spelen in aanbevelingen die geacht worden gebaseerd te zijn op leiderschap en maatschappelijke bijdrage.
De correspondentie geeft een zeldzaam inkijkje in de informele machtsstructuren en sociale dynamiek aan de randen van internationale elite-netwerken – en de rol die Jeffrey Epstein daarin speelde.
Over de auteur: Robin de Boer is economisch geograaf. Volg hem hier op Substack voor exclusieve content.